Watertrappelen
21 april, 2008

Donderdagavond, Hilversum.
“Wil je echt dat ik het doe?”
“Ja natuurlijk! Al is het alleen maar voor het verhaal!”
“Wat moest ik nou precies zeggen?”
“Nou gewoon: ‘Goh ik zie dat u al een tijdje naar mij staat te kijken en ik vroeg me af of ik u misschien ergens mee kan helpen?’ Ja of je gaat meteen voor de hoofdprijs en je zegt ‘Hee! Mooie schoenen. Neuken?’”
Al de hele avond word ik door collega’s gewezen op de wat oudere man –als hij kaas zou zijn dan was het hele pittige- die al sinds onze binnenkomst steeds met veel gevoel voor drama mijn kant opstaart. Niets nieuws, wat oudere mannen betreft ben ik wel wat gewend. In Amsterdam zat ik een keer met een groep in een café toen er een zwerver –hij noemde zichzelf een kunstenaar- naast me kwam zitten. Zijn openingszin was “Zo meneertje krullenbol, wat een heerlijk ventje ben jij. Ik zag je meteen toen ik binnenkwam!” en terwijl hij dat zei wreef hij onder de tafel zijn been tegen mijn been aan. Ik moest natuurlijk plotseling naar het toilet, en toen ik terugkwam zag ik dat de kunstzwerver zat te praten met mijn collega Nienke, die nogal overdreven geïnteresseerd opging in het gesprek. Hij maakte gebaren alsof hij deeg aan het kneden was, Nienke wierp mij een betekenisvolle blik toe en ik schoof aan de andere, veiligere, kant van de tafel aan.
Toen we vertrokken -en de kunstzwerver inmiddels Ferry -“En in bed maak ik veel herrie”- was gaan heten, wilde hij persé afscheid van mij nemen. Ik riep vanaf de overkant van de tafel, terwijl ik snel mijn jas aanhees “Nou dag hoor meneer!” en stoof naar buiten. Van Nienke hoorde ik later dat Ferry in geuren en kleuren had verteld hoe hij mij lief had willen kozen. Hij was dus niet aan het uitleggen hoe je deeg voor appeltaart maakt. Integendeel.
Daar ga ik dan. Op weg naar mijn niet zo stille aanbidder. Als het bier niet gratis was geweest zou ik dit nooit doen. Heel even bedenk ik wat ik moet doen als de man echt geïnteresseerd blijkt te zijn. Maar dan sta ik al voor hem.
“Ja uhm. Hallo meneer. Ik ehh. Ik zie dat u al de hele avond een beetje naar mij… staat te ehh staren. En ik vind uw schoenen zo mooi dus… ik dacht misschien heeft u wel zin om met mij te neuken?” De man kijkt mij een paar seconden verbaasd aan. Hij ruikt naar walnoten en draagt suède schoenen.
“Ofzo?” hoor ik mezelf erachteraan gooien.
“Tim heet jij toch?” zegt de suède-schoenen-dragende meneer.
Een stalker! Hij weet hoe ik heet! Deze man is ziek! Misschien achtervolgt hij me al jaren en print hij foto’s van mij uit om eroverheen te ejaculeren en maakt hij daar vervolgens weer foto’s van en zet ze op een website! En ik weet van niets!
“Ik ben Piet Prins! Ik heb jou nog zwemles gegeven, ik wist wel dat jij het was! Ik hoor nog dat gekrijs van je tijdens je eerste twaalf zwemlessen. Jaren later noemden we hysterische kinderen nog steeds Tim. ‘Oh nou pas maar op dat kind is een Timmetje hoor’ Wat leuk om je te zien!”
En weer moet ik plotseling naar het toilet.
“Ik moet even plassen geloof ik” Langzaam –maar zo snel mogelijk- loop ik achteruit. Dit is nog erger dan toen ik ergens logeerde en er op het toilet geen toiletpapier was, maar er wel een klein, maagdelijk wit handdoekje hing.
Onderweg achteruit word ik meegesleurd naar het dansgedeelte omdat daar omgebouwde Kelly staat te dansen.
“Tim, Kelly staat al de hele tijd naar je te kijken!”
Maar ik doe niets. Helemaal niets.
Categorie: Columns
Gelezen: 920”
Gerelateerde posts:

3 reacties Reageer!
1. Dilo | 22 april, 2008 om 07:22
Zo herkenbaar!! Alleen zou ik mijn zwemleraar nog steeds herkennen, wat een stuk was dat zeg…
2. Jort | 22 april, 2008 om 10:06
dit heb ik gemist, ga eens wat meer screiben tim. je bent lui.
3. femke | 22 april, 2008 om 15:13
heeeerlijk!
Reageer